DE LUIE TEDDIEBEER

DOOR W  ILLY  PLA NK

Versjes van Tante Lize

(Mevrouw E. Dopheide - Witte)

Tweede Druk

Uitgave van C.A.J. van Dishoeck te Bussum

1910

_________________________________________________________

Een Teddiebeer, een luie strop, die lette nooit bij 't lezen op.

Hij zei : ,,dat nare A B C, wat doe 'k er mee!''

 

Eens op een keer nam hij zijn hoed en trok naar buiten toen met spoed,

Zijn schooltasch schopte hij vér weg . . Zoo'n bengel,zeg !

 

In 't bosch, waar 't stil en donker was, kwam Teddie bij een groote plas.

,,Ha'' riep hij blij, ,,daar spring ik in, dat 's naar mijn zin!''

 

Maar, o, met letters groot en vet, Was op een bord daar neergezet :

,,Gevaarlijk is voor mensch en dier, het baden hier !''

 

Want in den vijver koel en klaar, krioelde een woeste kreeftenschaar,

Met tangen vreeslijk en geducht, vlucht, Teddie, vlucht !

 

Het beertje, dat niet lezen kon, sprong, zonder dat het zich bezon,

floep, midden in het heldre nat ;Wat fijn, zoo'n bad !

 

De pret zou Teddie gauw vergaan, de kreeften vielen op hem aan,

En pakten hem bij neus en kop . . . Die arme strop!

 

,,O, laat me los, je doet me zeer !'' Riep Teddie ; woest ging hij te keer,

Er brulde : ,,Help, ik ben in nood, zoo go ik dood !''

 

Toen kwam een poedel aangesneld, die hem bevrijdde met geweld . . . .

Daarna bracht 't goede dier hem vlug, naar huis terug.

 

Daar stond beschaamd en druipend nat, vriend Teddie ; en hoe vind je dat ?

Zijn kameraadje lachten luid, den vluchtling uit.

 

Zijn vader nam hem bij zijn kraag, en gaf hem een geducht pak slaag.

,,Nooit, nooit'', riep onze luie beer, ,,Doe 'k zooiets weer !''

 

Hij, die niet heel goed lezen kan,

Die is en blijft een domme man,

En 't kan hem als den Teddie gaan . . .

Denk toch eens aan !