De grappige en leerzame historie van

PIETJE SNATERBEK

RIJMEN EN VERTELSELS VOOR DE KINDERKAMER,

VAN

J. J. A. Goeverneur.

GRAPPIGE EN LEERZAME HISTORIE VAN PIETJE SNATERBEK

UTRECHT, Gebr. VAN DER POST.

~~~

Bij dezelfde Uitgevers zijn uitgegeven : VAN J. J. A. GOEVERNEUR.

RIJMEN EN VERTELSELS VOOR DE KINDERKAMER.

__________

DE HISTORIE VAN DE DRIE JONGE KATJES.

HET VERTELSEL VAN DEN TIJGER EN VAN DE TON.

HET A. B. C. BOEK VAN BUITENLEVEN.

DE GRAPPIGE EN LEERZAME HISTORIE VAN PIETJE SNATERBEK.

DE TAFEL VAN VERMENIGVULDIGING HEEL PRETTIG IN RIJM GEBRACHT.

DE TWEE VRIENDEN OF PETERS REIS NAAR JAPAN.

VOOT 'T JOMGE VOLKJE, VERSJES EN RIJMEN.

____________

 GOUVERNEUR'S OUDE SPROOKJES

______

DE BEIDE BLOEMEN EN ASSCHEPOETSTER.

ROODKAPJE EN DE GESCHIEDENIS VAN KALIF OOIEVAAR.

SNEEUWWITJE EN VROUW HOLLE.

ZWAAN KLEEF AAN EN KLEIN DUIMPJE.

~~~~~~~~~~~~~~

Elk boekje met twee sprookjes en een gekleurd plaatje f 0,25.

~~~~~

[Gebr. Van Der Post. 1e druk, 14 pp. redelijk - acceptabel, circa 1870 uit de serie van J. J. A. Gouveneur, Rijmen met vertelsels voor de kinderkamer, Bladen aan elkaar genaaid, Helaas is er met pen gekrast op de schut en titel bladen, Binnenzijde is redelijk tot goed en compleet.] Niet een echt net exemplaar maar wel zeer zeldzaam !

1.

 

Een erger snaterbekje als Piet

Vond men in heel de wereld niet ;

Hij voerde in huis het hoogste woord ,

Hij praatte en snapte aanhoudend voort ;

Zijn tongetje , kijk , ’t was een ding ,

Dat al maar als een ratel ging .

 

 

2.

,,Ma, zeg ! – Kijk, Moes ! – Toe, Ma ! – Moes, hoor !”

Ging het maar onophoudelijk door ;

En als Ma las of schrijven wou ,

Geen ziertje rust had de arme vrouw .

 

3.

Nu wou ’t geval , dat op een dag

Een ekster , die langs ’t raam vloog , zag ,

Hoe Piet daar aan de praat was weer ,

Tot zijn Mama geen raad wist meer ,

En tot Papa van puur verdriet

Wegliep en zei : ,,Ik groet je , Piet !’’

4.

En de ekster zei : ,,Kom , ‘k neem Piet mee ,

Want eer krijg je hier in huis geen vree .

‘k Heb toch net jongen in mijn nest

En bij die past hij opperbest.’’-

,,Och neen ! Och neen !’’ riep de arme Piet ;

,,Naar , ’t eksternest mee wil ik niet.’’

 

5.

Maar de ekster pakte ‘m op zijn staart

En vloog naar ’t Bosch met vlugge vaart.

Wat Piet ook spartlen mocht of dee ,

En wat hij schreeude . . . . Piet moest mee.

,,Och , Ma ! – Och , Ma !’’ riep hij maar al ;

Doch kijk , dat hielp hem niemendal.

 

 

 

6.

Het nest , waarheen onze ekster vloog ,

Zat tusschen takken , hoog en droog ;

Drie ekstertjes had m’er al in ,

Maar riep nog altijd voor en na :

,,Och toe , ik wil weer naar mijn Ma !’’

 

7.

,,Stil ! Hou je mond !’’ zei de ekster toen ;

,,’k Heb jou gepraat hier niet van doen ;

Mijn jongen snaatren al genoeg.

Waarom ik je hier henen droeg ,

Is , omdat ik je leeren wil ,

Voortaan te wezen zoet en stil.’’

 

 

 

8.

Zoo zat dan Piet bij de eksters daar-

Och grut , hoe treurig en hoe naar !

Een rups , een wormpje , een tor , een pier ,

Dแt kreeg hij , maar ook meer geen zier ,

En , wou hij praten , dan , terstond ,

Sloot de ekster met een prop zijn mond.

9.

Tien volle dagen ziet Piet zoo

Op harde prikken en wat stroo ;

Tien dagen heeft Piet zoo gevast

Of op wat wormpjes zich vergast ;

Tien dagen lang kwam geen geluid ,

Geen : ,,Ma ! Och Ma !’’ Piets lippen uit ,

En toen gebeurde ’t wonder , dat

Je lezen zult op ’t volgend blad.

 

10.

In ’t eksternest in slaap geraakt ,

Ligt , toen hij ’s morgens weer ontwaakt,

Piet zacht weer op zijn oude bed ,

Vlak naast dat van zijn zusje Net ;

En – klink nu daadlijk weer zijn stem ,

Zoodat elk wakker wordt door hem ?

Neen ; onze Piet houdt zich doodstil ,

Omdat hij zus niet storen wil.

 

 

11.

En o ! wat was het  nu een pret ,

Toen men Piet weervond in zijn bed

En merkte , dat hij heelmaal vrij

Was van zijn snaterbekkerij.

Hij kreeg van allen zoen op zoen ,

Elkeen zocht hem pleizier te doen ,

Elkeen was even blij in huis ,

Tot zelfs de kleine hond inkluis.

 

__________

 

12.

Kleine stoute snaterbekjes ,

   Die Mama , maar altijd stoort !

Past goed op , of ’t gaat je krekjes ,

    Als je hebt van Piet gehoord.

Denkt , och denk aan ’t eksternest –

‘k Raad je dat tot je eigen best.