HET SPREEUWENBOEK

spreeuwenleven in beeld en rym door Tante Lize

Van Holkema & Warendorf ca. 1920 AMSTERDAM

Tekst op rijm met zwart - wit illustraties, 12 kleurenlitho's, halflinnen  - geïllustreerde kartonnen band, voorplaat gevlekt en beschadigd.

 

Als de spreeuwen wederkeeren
Gaat de winter op de vlucht.
______

De zon lacht zoo vroolijk, zeg, zie je het wel?
Nu groeien de grasjes en bloempjes snel,
En uit hunne lange droomen
Ontwaken de struiken en boomen.
De winter verschuilt zich en bromt verstoord :
,,Wat doe ik nog langer in dit oord?
Mijn sneeuwpels smelt in den zonneschijn,
De lente wil hier weer bazinne zijn !"

Ja, de lente komt aangetogen,
En gelijk met haar
Komt een spreeuwenschaar
Heel hoog door de lucht gevlogen.
Dat geeft een zingen en fluiten
En een vroolijk gedruisch
En vleugelgesuis
Van die jolige, kleine kornuiten,
Ze bab'blen luidruchtig naar spreeuwenaard
Van hun verre reis en voorspoedige vaart,
En ze juichen en jubelen blij te moe
De vriend'lijke lente toe!

 

 

Wat het Spreeuwevrouwtje
Gaarne zou hebben.

______

De winter werd tot gaan gedwongen,
De spreeuwen hebben hem weggezongen,
Maar 't is alleen de spreeuweman,
Die zingen kan.
Zijn gaaike zwijgt, haar kleed is grauw,
Maar deeg'lijk is zij, wijs en trouw,
Slechts trotsch op manliefs bonte veeren
En op zijn lieflijk kwinkeleeren.

Juffrouw Spreeuw zit op een hoogen tak
En denk: ,,Och, had ik een eigen dak,
Een keurig nestje, knus en klein,
Wat zou dat voor mij een vreugde zijn.
Zoo'n eigen huisje,
Zoo'n veilig kluisje,
En spreeuwenkindertjes, groen en blauw,
Dan was ik nog eens een gelukkige vrouw!''

 

 

Hansje's droom.
___

Heer Spreeuw wil naar het zangersfeest,
Dat door de vogels wordt gegeven.
,,Maar 't nestje dan,
Mijne lieve man?''
Vraagt Spreeuwevrouw, ,,denk toch eens even;
Hoor, Hansje, 't wordt nu waarlijk tijd''.
En Hans zegt: ,,Grietje, lieve meid,
Ik ga nu daad'lijk weer uit zoeken.''
Ons Hansje speurt in alle hoeken,
Vraagt overal en kijkt en tuurt . . .
Maar alle boomen zijn verhuurd;
En eind'lijk vliegt hij, droef te moe
Weer naar zijn trouwe Grietje toe,
En troostend zegt hij : ,,heb geen zorgen,
Misschien tref ik het beter morgen.''

Dan slaapt hij in.
Maar nauwlijks is de rust gekomen,
Of Hansjeman krijgt booze droomen,
En Spreeuwevrouwtje wekt hem dan
En vraagt bezorgd: ,,Wat deert je man ?''
,,Och'', antwoordt hij, ,,ik heb gestreden
Met Pieterbuur, een tak beneden,
Ik zag een plaatsje naar mijn zin
En hij nam 't voor mijn oogen in.
We krijgen rust noch duur gewis
Vóór dat ons nest gevonden is.''

 

 

Morgengedachten
____

Heel vroeg 's morgens bij 't toilet
Zegt ons spreeuwevrouwtje:
,,Had ik maar een vette vlieg,
'n Extra lekker boutje!
Weet je, wat ik doen zou, man ?"
,,'k Zal het je vertellen:
Ik zou henensnellen
Naar den beuk aan d'overzij;
Juffrouw Vink is, o, zoo blij
Een keurig nest aan 't bouwen.
Ik ging haar vragen, hoe ze 't doet,
En gaf ze antwoord, lief en goed,
Bood ik haar uit dankbaarheid
't Vliegje, kostlijk toebereid!''

 

 

 

 

Het nestje is eindelijk gevonden!
________

Juffrouw Spreeuw vliegt nu heen
En haar Hans blijft alleen
Met zijn kommer en met zijn zorgen;
Droef kweelt hij zijn lied in den morgen.
De lucht is nog grauw, maar door 't wolkengordijn
Dringt eensklaps nu heldere zonneschijn,
En straalt over bosschen en heide;
Ook Hans wordt weer vroolijk en blijde.

Bij Teunisboer gaat hij nu vlug te gast,
Daar is hij reeds meer gekomen . . .
De tuin is aan larven en wormen rijk,
Er zijn rupsen om van te droomen,
Dat is een verrukkelijk plekje grond,
Hans zucht: ,,dat ik daar toch een schuilplaats vond.''

Plots spert hij zijn snavel open.
,,Wat is dat? Wat hangt daar aan gindschen boom ?
Is 't werkelijk waarheid, of is het een droom ?
Daar zie ik een spreeuwenhuisje,
En 't is niet bewoond . . . o, blijdschap, o vreugd!''
Hans snelt naar zijn Grietje en hij roept verheugd:
,,Gevonden! Gevonden ons kluisje.''

 

 

Welk een gelukkig Spreeuwenpaartje!
_______

Te zamen gaan ze 't nu beschouwen
En daarna ijvrig aan het bouwen,
Zij zoeken alles bij elkaar,
Mos, strootjes, draadjes, hooi en haar.
Met alles, wat wordt aangebracht
Is 't nestje spoedig warm en zacht
En, is 't geheel naar beider zin,
Dan trekken ze er gelukkig in.

Nu legt Vrouw Spreeuw haar eerste ei.
Wat is ons vogelpaartje blij!
Hoe jubelt Hans zijn schoonste lied,
Zoo mooi zong hij in lange niet . . .
't Bleef echter niet bij 't eene ei,
Vrouw Grietje legt nog drie er bij.

Heer Spreeuw zit fluitend op een tak,
Want Moeder Spreeuw houdt haar gemak,
En waakt van d'avond tot den morgen . . .
Hans moet nu maar voor rupsen zorgen
En zoeken naar een flinke buit.
Geduldig broedt zij de eitjes uit.

Ook hansje waakt, blijft dicht bij huis,
Hij is wat bang voor vreemd gespuis.
Zag hij geen kraai rond 't nestje speuren?
Je weet nooit, wat er kan gebeuren,
Ook knapen zijn soms ruw en wreed
En doen de lieve vogels leed.

Hij jaagt dus trouw in 't zelfde oord,
En zorgt, dat niets zijn gaaike stoort,
Dat niets haar hindert bij het broeden.
Zoo zien wij hem haar trouw behoeden,
En valt de tijd haar soms wat lang,
Dan troost hij haar met zijn gezang.

 

 

Van vier Spreeuwenkindertjes
________

Vandaag is het feest in 't spreeuwenhuis,
Het nest is vol vroolijk leven,
Vier spreeuwtjes kropen de schalen uit,
Zie, hoe ze van koude beven.
Hun moedertje dekt ze vol liefde toe
Met heur, zachte, warme vlerken,
En vader brengt ijverig voedsel aan,
Die moet nu wel heel hard werken.
Zoo zorgen ze samen voor 't jonge broed
En 't gaat den spreeuwenkindertjes goed.

De kleintjes worden al spoedig groot,
Dra zitten ze flink in de veeren,
De spreeuwtjes willen reeds, o zoo graag,
Hun vleugeltjes eens probeeren.

Vader Spreeuw geeft zijn kindertjes onderricht
Want vliegen leert men maar niet zoo licht
En keurig in evenwicht zweven . . .
De vogeltjes sid'dren en beven.

Eerst springen bevreesd ze wat heen en weer
Dan fladdert er eentje voorzichtig neer,
En eindelijk vliegen ze, bang nog, maar vlug,
Naar het huis van boer Teunis en weer terug.

 

 

Wat de jonge Spreeuwtjes
Vooral moeten weten.

_________

Nu kunnen ze netjes vliegen en eten,
En denken wis, dat ze reeds alles weten,
Wat een heel klein spreeuwtje weten moet,
Maar vader beduidt het jonge broed,
Dat vele gevaren,
De vogels omwaren.

Hij vertelt van de poes met fluweelen voetjes,
Die aan komt sluipen zachtjes en zoetjes,
Maar die leelijke, scherpe nagels heeft,
Waar dikwijls vogeltjesbloed aan kleeft.
En van den gier, die in snelle vlucht
Vaak spreeuwtjes meevoert in de lucht.

En ernstig vermaant hij: ,,ontwijk het gevaar,
Zijt altoos voorzichtig, blijf dicht bij elkaar,''
En keert, als we waarschuwend fluiten steeds vlug
Zonder talmen of dralen bij ons terug.

 

 

Smakelijk eten.

Op de meidoornheg
Zit vroolijk en blij
Vader Hans en zijn vrouw en zijn kroost er bij.
Daar zien ze den boer, van zijn knecht vergezeld
Met zijn os en zijn egge verschijnen in ’t veld.

En Vriend Hans begint te fluiten :
Kinderen, buren snelt naar buiten,
Wie trek heeft aan larven, aan rups of aan pier,
Die kome, zoo vlug hij maar komen kan, hier!

Zie, alle spreeuwen, vlug en wakker
Verschijnen blij op Teunis’ akker.
Waar de ploeg den grond heeft opengereten
Daar wemelt het immers van lekkerbeten.
Daar krabbelen kevers en wormen en maden
Ze kunnen hun maag er mee overladen.
Maar Hans zegt gewichtig : het fijnste ding,
Dat is en blijft toch een engerling!

 

 

 

Spreeuwen mogen kersen snoepen !

Nu zwerven de spreeuwtjes reeds overal heen,
In ’t nest is zitten Hans en zijn Grietje alleen,
Maar Hans is vroolijk en fluit en pijpt,
Omdat in den boomgaard de kers reeds rijpt,
De kers zoo heerlijk en zoet verzot op is.

Hij heeft er zijn vrouwtje van verteld:
De boer is er wel niet op gesteld
Dat, wij, spreeuwen nu in den bongerd komen,
Want een hoed op een stok hangt tusschen de boomen.

Maar we kennen dat gekke gebruik al lang
En zijn voor zoo’n malle pop niet bang.
De menschen willen te gauw vergeten,
Hoeveel rupsen wij wel hebben opgegeten,
Hoeveel prezen ze ons luide en ze hadden ons lief,
Maar nemen we een kersje, dan schelden ze ons ,,dief’’!
Neen, vrouwtje, wij zijn niet brutaal en slecht,
En kerstjes snoepen is: Spreeuwenrecht!

 

 

 

De herfst is in ’t land.

Vriend Hans komt haastig aangevlogen
En roept: ,,Ga dadelijk mede, vrouw,
Alle spreeuwen komen in ’t Bosch tezamen,
We moeten gewichtige plannen beramen,
Kom mee ter vergadering gauw.’’

Ze reppen zich samen nu naar het woud,
Waar het spreeuwenvolkje bijeenkomst houdt.
Ouden en jongen zijn allen reeds daar,
En roepen en babbelen door elkaar.
Vriend Hans verzoekt stilte, hij krijgt het woord,
En zegt: ,,Vrienden, buren en magen, hoort,
We waren gewoon aan overvloed,
We hadden het altoos meer dan goed,
Maar de oogst is voor bij en het voedsel wordt schraal
We moeten vertrekken van hier, allemaal.
Verzamelt U spoedig en sluit U aan,
We willen tezamen naar ’t Zuiden gaan!’’

 

 

 

Gelukkige reis !

De herfstwind is guur en ’t is eenzaam in ’t woud
Moeder Spreeuw is heel treurig: ze heeft het zoo koud
En steekt huiv’rend heur kopje in de veeren,
,,Kom, vrouwtje!’’ zegt hans, ,,spreid je vleugeltjes uit,
Dan zal je de koude niet deren.
De reismakkers wachten, we trekken van hier,
Kom, nemen wij afscheid van ’t nestje zoo dier,
We waren er toch alle beide
Zoo innig gelukkig en blijde.’’

Ze zeggen hun vriendelijke kluisje vaarwel,
Dan voegen ze zich bij hun vrinden,
Ze zullen ook nu als zoo menigen keer
Den weg naar het Zuiden weer vinden.

Daar vliegen ze heen, hoeveel zijn er wel niet?
De kinderen snellen naar buiten,
,,De spreeuwen vertrekken!’’ zoo roepen ze luid
En wijzen en wenken en fluiten.
,,Ze vinden het hier niets prettig meer,
Maar in de lente keeren zij weer.’’
,,Ja, ja!’’ roept de gensche spreeuwenschaar,
Tot weerziens in het volgend jaar !

 

 

 

Inhoud.

1. Als de spreeuwen wederkeeren, gaat de winter op de vlucht.
2. Wat het Spreeuwenvrouwtje gaarne zou hebben.
3. Hansje’s Droom.
4. Morgengedachten.
5. Het nestje is eindelijk gevonden !
6. Welk een gelukkig spreeuwenpaartje.
7. Van vier Spreeuwenkindertjes.
8. Wat de jonge spreeuwtjes vooral moeten weten.
9. Smakelijk eten !
10. Spreeuwtjes mogen kersen snoepen.
11. De herfst is in ’t land.
12. Gelukkige reis !

 

MM&BB