"Het Prinsesje"

8 mei 1909

Aan u, Nederland onthul ik digitaal versjes uit het boekje

"Het Prinsesje" 

van 8 Mei 1909.

~~~

Prinsesseliedje

Al is ons  Prinsesje nog zo klein,

hoezee !

Eens zal zij Koninginne zijn,

hoezee !

Het vrije volk van Nederland

Blijf haar in nood en dood verpand,

Hoezee ! hoezee! hoezee !

 

Al is ons Prinsesje nog zo stout,

hoezee !

Op haar blijf onze hoop gebouwd,

hoezee !

De wijsheid, schoonste vorstenkroon,

Zij 't sieraad ook van haren troon,

Hoezee ! hoezee ! hoezee !

 

Al is ons Prinsesje nog zo zoet,

hoezee !

Door haar stroomt roemrijk heldenbloed

hoezee !

Bewaken zal zij nacht en dag

Oud-Holland's dierb're driekleur-vlag,

Hoezee ! hoezee ! hoezee !

 

Al is ons Prinsesje nog zo klein,

hoezee !

Eens zal zij Koninginne zijn,

hoezee !

Snoer vast den band, o vorst'lijk kind,

Die Neerland aan Oranje bindt,

Hoezee ! hoezee ! hoezee !

J.F. Kenens.

_________________________________________________

"Het Prinsesje"

Anno 8 Mei 1909

eerste jaargang No. 1.

Aan u, Nederlandse meisjes en jongens, willen wij in het kort de betekenis en het doel van bovenstaande titel meedeelen. Gij allen zijt natuurlijk verblijd met de pas geboren Oranjetelg ; met kanonbulder, fanfares en klokgelui is de gelukkige mare in den lande verspreid. Welnu, ter eere van de geboorte van de jeugdige vorstin en als een blijvend aandenken verschijnt : "HET PRINSESJE" 't is een stekje van "De Prins der Gellustreerde Bladen" , dat wij zorgvuldig zullen behandelen en opkweeken ; het zal, hopen wij, met ons jonge Oranjekind krachtig opgroeien en groot worden.-Niet evenwel zelfstandig en onafhankelijk ; "HET PRINSESJE" zal in den vorm van een bijvoegsel onder rechtstreekse voogdij en bescherming bijven van "De Prins" en voorloopig ns per maand als tweede supplement worden aangeboden. De Redactie zal streven naar aangenamen inhoud met de meest mogelijke afwisseling : prettige verhalen en mooie illustraties, geschikt voor de ontwikkelde jeugd ; het geheel zal later in fraaien band een afzonderlijk flink boekdeel vormen van blijvende waarde. Mocht het blijken, dat deze nieuwe uitgave den door ons verwachten bijval vindt, dan zal zij meermalen worden toegevoegd aan ons "Hoofdblad". wilt ge met uw ontluikende talenten medewerken tot den bloei, dan zullen wij voor geschikte bijdragen als leerrijke artikelen, leuke, geestige en humoristische verhaaltjes, oorsprong moppen, pittige raadsels of anecdoten enz., grne ruimte afstaan. Ze mogen nit flauw en vervelend zijn ; van nze zijde zullen wij trachten die ongewenste elementen zo ver mogelijk verwijderd te houden.

DE REDACTIE ANNO 1909.

~~~~~~~~~~

1909 - 2004

Juliana Louise Emma Marie Wilhelmina

 Den Haag, 30 april1909 Soestdijk, 20 maart 2004, Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje Nassau, Hertogin van Mecklenburg en Prinses van Lippe-Biesterfeld, was van 6 september 1948 tot 30 april 1980 Koningin der Nederlanden.

~~~

W. M. Tz. , Annie Nauta, S. H. H. Adelaar-Lon, Nina Minnema, G. De Graaf, Marianne Verkozen, N. Voerman, Laus, Nelly Wbbe, A. Sutorius

~~~

De versjes uit het boekje

1, 2, 3,

'De Eerste'

17 Juli 1909

De morgenstond bloosde in het Oosten,

Een rozig gloren kondigde aan,

Dat, schoon als immer, aan de kimmen

De lieve zon weer op zou gaan.

~

De spreeuwtjes schaterde zo lustig,

Verheugden blijkbaar zich om 't eerst,

Dat dra de zon weer zou verschijnen,

Zij juichten blij : "wij zien haar 't eerst".

~

Hoog in een boomtop zaten vogels

En snaterden zo luid en blij,

Alsof zij tot de spreeuwtjes riepen :

"Wij zien haar eerder nog dan gij"

~

Maar eensklaps klonk er uit de hooge

Een lieflijk jublend lofgeschal,

Dat was de welkomstgroet des leeuwriks,

Hij zag de zon toch 't eerst van al.

W. M. Tz.

~~~

'Gestreng en Zacht'

17 Juli 1909

Er woedde eens in het voorjaar,

Zo weken achtereen,

Een sterke wind uit 't Oosten,

En drong door alles heen.

~~~

De bulderbast zweepte aldoor

De bomen van het woud,

De naakte takken klaagden :

"Wat hebben wij 't nog koud".

~~~

Een stem vroeg zacht en schuchter :

Waarom toch, Oostenwind,

Schut gij zo de arme bomen ?

Heeft woede u dan verblind ?

~~~

De woestling lachte schamper

De vraagster luidkeels uit,

En zei : "Ik schud ze opdat dan wat eerder 't groen ontspruit".

~~~

Doch vruchtenloos was 't pogen

Van den geweldenaar,

Geen knop wilde openspringen,

Beducht voor al 't gevaar.

~~~

Toen kwam de lente schuchter,

En zweefde een poos in 't rond,

Zacht kuste zij de knoppen,

Ze ontsloten zich terstond.

~~~

Nu lachte lente glunder

Bij hare wondere macht,

En sprak : "Wilt ge iets zien bloeien,

Behandel 't dan wat zacht".

W. M. Tz.

~~~

'Uit Vissen'

26 Maart 1910

't Is zeven uur de zon straalt blij,

Wim is reeds opgestaan,

't Is vakantie week de school is vrij,

Hij zal uit vissen gaan.

Heel achter in den tuin, daar staat

Het busje met het aas,

't Zijn wormen, die me'n 's avonds laat

Met kaarslicht zoeken gaat.

Hij ziet ze vuil en bruin en zwart

En denkt ...die arme dingen,

Want Wim is goed, hij heeft een hart

En nu ze elkaar verdringen

En snakken naar de frisse lucht

Als 't busje open gaat,

Nu vindt hij 't akelig en hij zucht,

Maar daar is Jo ...en vraagt :

Wim, ben je klaar? dan gaan we maar,

De klok slaat juist half acht,

Je hengel zie ik, staat al klaar,

Kom, vlug nu naar de gracht.

Daar heb je vis in overvloed,

We zullen heus veel vangen,

Zeg Wim ik ben vol goeden moed,

Of ...wil jij niet veel vangen?

Je staat daar met zo droef gezicht

Maar in die bus te staren,

Toe maak nu gauw het deksel dicht,

Hier heb je een eindje garen.

Wim zucht nog eens, maar volg zijn vriend

De hengel over 't schouder,

En elk in ieder hand een net

En blikken wormen houder.

Zo komen ze aan 't eind der stad,

Bij 't helder, koele water,

Vier eenden vluchten haastig heen,

Met snorkend, luid gesnater.

Nu moet zo arme worm in twee,

Het dier glijdt uit Wim's hand,

Opeens zegt hij : Ik vis niet mee,

En zet de bus op 't land.

't Is vreselijk, als je er goed in komt,

Dat martellen keer op keer ...

Zwel de wormen als de vis,

Ik zeg je 'k doe 't niet weer.

Jo ziet hem vol verbazing aan,

En denk : hoe heb ik 't nou?

Dan blijf hij heel alleenig staan,

Want Wim loopt op een draf

Naar huis terug gelukkig en blij,

Zijn wormen leven nog !

Hij laat ze haastig alle vrij,

Ach, waarom vist men toch?

Annie Nauta

~~~

4, 5, 6,

'30 April'

30 April 1910

't Is 30 April, een vrolijke dag,

Zie, huis aan huis wappert de Nederlandse vlag ;

De schooljeugd heeft vrij en juicht ook het meest,

Maar wie viert vandaag wel het heerlijkste feest ?

Daarginds in 't Paleis, is een Moedertje blij,

Zij juicht er in stilte nog luider dan wij . . . .

In 't Paleis, onbewust nog van hulde en gezag,

Daar lacht een jong Kind haar onschuldige lach

1910    S. H.H. Adelaar-Lon.

~~~

 'Mei -Liedeke'

11 Juni 1910

Klein, klein meiske

Loopt over Groene wei

En zingt een vrolijk liedeke

Een lieke van de Mei

~

Klein, klein vogelke

In helderblauwe lucht,

Dat hoort het blijde liedeke

En staakt zijn hoge vlucht.

~

Klein, klein vogelke

Strijk vlak bij meiske neer,

En zingt ook zacht een liedeke

Een lieke, lief en teer.

~

Klein, klein meiske

Loopt over Groene wei

En zingt met 't kleine vogelke

Een lieke van de Mei.

Nine Minnema.

~~~

'De lekkere Oorbellen'

30 Juli 1910

Nu heb ik vier juweelen, hoor !

Wat zijn het ; kun je 't raden ?

Ik draag er twee aan ieder oor,

Vier kostelijke sieraden !

~~~

Ze schitteren in den zonneschijn

Als donkere bloedkoralen ;

Geen diamant en geen robijn

Kan daar in pracht bij halen.

~~~

Mijn grote zuster, 't is ook wat

Heeft maar twee kleine knopjes,

Ik draag er vier, en met dien schat

Ben 'k wonder in mijn nopjes.

~~~

En 't mooist van al, neen, 't is geen mop

Als je jaloers gaat vitten,

Dan eet ik mijn juweelen op,

En 'k gooi je met de pitten !

G. De Graaf.

~~~

7, 8, 9,

'Te Laat'

17 Sep 1910

Klein Jantje gaat naar school toe,

O, heden ! wat een schrik !

De deur vindt hij gesloten

Zijn hartje gaat : tik, tik !

~~~

Hij geeft met bevend handje

Een rukje aan de schel.

De deur gaat langzaam open,

En meester zegt : "Wel, wel !

~~~

Hoe kom jij hier, mijn ventje ?

Wat is er aan de hand ?

Waarom sta je te huilen

En zit je in den brand ?

~~~

Ik ben te laat, schreint Jantje.

En kijkt stipt naar zijn schoen.

De klok liep zeker achter ...

Maar 'k zal 't nooit weer doen !

~~~

De meester laat Jan binnen

Die kijkt verwonderd rond.

Geen jas hangt aan den kapstok ;

Geen pet zwerft op den grond.

~~~

Ook in de klas is niemand ;

Hij kijkt den meester aan

O, domme, domme Jantje ...

't moet nog half negen slaan !

Marianne Verkozen.

~~~

'Voor 'T Raam'

19 Nov 1910

Klein meisje ligt stil in haar stoeltje voor 't raam,

Zacht ruist in de bomen de wind . . . .

De vogeltjes sjilpen en 't vrolijk gezang

Begroet haar zo blij : Waar bleef je zo lang,

Zeg, ben je weer beter

Lief Kind ?

Vandaag voor 't eerst mocht ze eventjes op,

't Is buiten zo zoel en zo zacht . . . .

En 't zonnetje schijnt op 't bleeke gezicht,

Klein meisje wordt moe, sluit de kijkertjes dicht,

Dan droomt ze tevreden

En Lacht.

S. H. H. Adelaar-Lon.

~~~

'Kerstboom'

24 Dec 1910

Een bosje sparrebomen

Stond bij de bruine hei,

Ze stonden daar te dromen

Veel sprookjes, wonderblij.

~~~

Een klein en jeugdig boompje

Zag in een droomgezicht

Zichzelf in blijde feesttooi

En blinkend van wit licht.

~~~

Een week is sinds verstreken

Het boompje van de hei

Staat in een mooien bak nu

Veel kaarsjes branden blij.

~~~

En zilveren, gouden ballen,

Ze sieren 't groen voor 't feest,

Het boompje voelt zo trots zich,

't Is nooit zo blij geweest.

~~~

Maar morgen zijn de kaarsjes

Verbrand - het mooi is heen ;

En in zijn houten bak staat

Het boompje, heel alleen.

Nine Minnema

~~~

10, 11, 12,

'Sneeuw'

4 Maart 1911

Langzaam dwar'lend,

Zoekend, schar'lend,

Tuimelt vlok na vlokje neer.

'k Zal ze tellen ! roep kleine Koosje :

en, twee, drie . . . maar, na een poosje

Telt de kleuter al niet meer.

Op - dan neder, Heen en weder

Dwalen ze uit de wolk omlaag.

Koos ziet blij die vlokjes zweven en jucht :

Moes ! , kijk eens even :

Suiker regent het vandaag !

N. Voerman.

~~~

'Wiegeliedje'

29 April 1911

Kom meisje, nu moet je gaan slapen,

Ik blijf bij je bedje en houd er de wacht,

En zing je een liedje zo aardig en zacht,

Kom meisje, nu moet je gaan slapen.

~~~

En moedertje zong voor haar kindje,

Van vogels en vlinders en bloemen in 't woud,

Van prinsjes uit sprookjes in huizen van goud,

Van vredig en stil avondwindje.

~~~

Toen sliep het zacht in onder 't zingen,

Het goudblonde kopje bewoog zich niet meer,

Het mondje half open, zo droomde het weer,

Van mooie en heerlijke dingen.

Laus.

~~~

'Madeliefje'

10 Juni 1911

Klein Madeliefje in Groene wei,

Klein Hartendiefje , bloempje der Mei,

Zo klein, zo nederig

Zo lief, zo mooi !

In 't witte kleedje met roden tooi !

't Goudgele hartje naar 't zonlicht gericht,

Zijt ge voor ieder een vrolijk gezicht.

Niet om te pronken, bloeit ge zo blij,

Niet om te pralen op uw kleedij,

Maar vol van vreugd  om 't goed dat ge vindt,

Bloeit gij zo vrolijk,

Lief bloemenkind ;

Maak ge dat ieder veel van u houdt,

Juist om dat nederige Hartje van Goud

Nelly Wbbe

~~~

13, 14, 15, 16,

'Van School'

12 Aug 1911

"T is twaalf uur, de school gaat uit,

Een groepje kinderen komt er uit,

Alleen Marie blijft achter.

En als de anderen haar zien gaan

Dan stooten zij elkander aan

En praten ook wat zachter.

~~~

Zeg, weten jullie hoe ze heet ?

Bespottelijk is dat kind gekleed !

Je niet met haar bemoeien,

Kijk eens die jurk - wat een model !

En dan die laarzen - zie je wel,

Ze kan er nog in groeien !

~~~

Wacht, roept Martien, een leuke meid,

Ik neem haar voor de aardigheid

Eens lekker in 't ootje.

Recht loopt ze op Marietje aan

En zegt : waar kom je jurk vandaan,

Is die nog van je grootje ?

~~~

Het kind kijkt op en ziet haar aan ;

Met ogen, die vol tranen staan ;

Dat kan Martien niet dragen.

Zij is beschaamd door het verdriet,

Kom, zegt ze goedig - huil maar niet,

Ik zal je nooit weer plagen.

S. H. H. Adelaar - Lon.

~~~

'Arme Pop'

9 Sep 1911

Miesje in een stoute bui,

Ging heel boos naar bedje,

En vergat haar kleine pop,

't lieve, blonde Jetje,

Brommende ging Miesje heen,

Jetje bleef heel alleen.

~~~

Droevig stak ze d'armen uit,

In haar donkere hoekje,

Op haar witte schort lag nog 'n afgeknabbeld koekje,

Mogelijk als ze honger had,

Dat ze dr van at.

~~~

Lang lag kleine Miesje reeds lekkertjes te slapen ;

In pikdonker zat de pop moe en bang te gapen,

En ze zuchte van verdriet,

Traantjes had ze niet.

~~~

Daar kwam zachtjes, o zo zoet,

Op hun kleine teentjes,

n, en nog n muisje aan,

Wip ! op Jetjes beentjes,

En ze knaagden aan haar kuit,

't was een vette buit !

~~~

's Morgens lag het poppenkind in een zware ziekte,

Flauw gevallen, gat in 't been,

Nauwlijks zij meer piepte, En de diep bedroefde moes,

Gaf de schuld aan den poes.

A. Sutorius.

~~~

'Sterren'

21 October 1911

Dag - sterretjes - dag,

Ik kijk in het donker naar buiten,

Zien jullie mij k voor de ruiten ?

Dag - sterretjes - dag.

~~~

Zeg - sterretjes - zeg,

De maan heeft een zilveren randje . . .

Wat zat ik daar graag op het kntje . . .

Dag - sterretjes - zeg.

~~~

Wacht - sterretjes - wacht,

Ik klim op een keer in de bomen,

Zo hoog dat ik bij je kan komen . . .

Wacht - sterretjes - wacht.

~~~

Kijk - sterretjes - kijk,

Ik sta met mijn handjes te reiken,

Nu kan ik je ng niet bereiken,

Kijk - sterretjes - kijk.

~~~

Och - sterretjes - och,

Toe, laat je eens eventjes zakken,

Ik zou je zo grag willen pakken . . .

Toe - sterretjes - to !

S.H.H. Adelaar_Lon.

~~~

'Kerstnacht'

23 December 1911

Slaap . . . kindeke . . . slaap . . .

De sterretjes fonk'len in wondere pracht,

De Kerstklokken luiden zo vredig en zacht . . .

Slaap . . . kindeke . . . slaap . . .

***

Stil . . . lieveke . . . stil . . .

Daar jubelt een stemme, zo vol melodij,

Van vreugde en vrede . . . zo lief'lijk en blij . . .

Stil . . . lieveke . . . stil . . .

***

Droom . . . engeltje . . . droom . . .

En zie met je oogjes, zo rein en zo vroom,

In feestglans een stralende, lichtende boom . . .

Droom . . . engeltje . . . droom . . .

S.H.H. Adelaar-Lon.

~~~

'Kaboutertjes'

18 November 1911

In het bos is het stil ...het is maanlichte nacht,

Opeens : ...trip-trap-trap, gaat het heel zacht.

Wie komen daar aan ? Wie stappen zo zacht ?

Door wondere stilte van maanlichten nacht?

Wel het zijn de kabouters, die mannekens klein,

Die komen in 't bos in den manenschijn.

Ze werken in 't bos in den maneschijn

De wijze kabouters, die mannekens klein.

Daar komen ze aan ; wat stappen ze voort !

De takken ze wijken en vormen een poort.

De takken ze buigen en vormen een poort

De mannekens lopen immer maar voort.

Nu zijn ze op een plek, heel open en wijd,

Daar komen ze in maanlichte nachten altijd.

Ze komen in maneschijn daar altijd,

Daar - opdie plek - zo open en wijd.

En paddestoelen staan rond in een rij,

Ze zetten zich neder en kijken heel blij.

Ze zitten heel lekker en kijken heel blij,

Ze zitten op stoeltjes rond in een rij.

En staat er op en gaat voor hen staan.

Er valt op zijn mutsje een straal van de maan.

Er valt op zijn puntmuts een straal van de maan.

Hij lacht en gaat voor de anderen staan.

Jij, kleine Kwik, jij handige guit,

Ga staan eens, stap 'res wat vooruit.

Jij zoekt in 't bos dorre takjes uit.

En henen hipt Kwik, de handige guit.

Jij kleine Stap, jij vlugge man,

Ook jij mag tonen, wat je kan.

Jij snoeit zo goed, zo mooi je 't kan.

En henen stapt Stap, de vlugge man.

Mijn kleine Snap, je zingt zo fijn,

Jij leert de vogels liekens klein.

Jij leert ze in hun slaap veel liekens klein

En henen gaat Snap, de zanger zo fijn.

En allen krijgen hun werk voor den nacht

En allen gaan heen met stapjes heel zacht.

Ze gaan naar het bos met stapjes heel zacht

En werken hun werk in maanlichten nacht.

Nine Minnema.

~~~

*** Koninginnedag ***


Mja, zo als iedereen wel weet is dit bij ons een Nationale feestdag en valt het op een Zondag dan word het verzet naar de 29ste.
Overal in het land vinden feesten en evenementen plaats en onze Koningin bezoek samen met anderen leden van het Koninklijk Huis n of twee gemeenten en dit word dan ook uitgezonden op de tv.
Tijdens de regering van Koningin Wilhelmina en Koningin Juliana was het de gewoonte dat Koninginnedag werd gevierd op de verjaardag van de Koningin (31 Augustus en 30 April), dochter en nu Koningin Beatrix heeft uit eerbetoon aan haar moeder besloten om Koninginnedag te blijven vieren op haar moeders verjaardag 30 April.

 

~~~

...Rick 29 April 2009

~~~~~~~~~

30 April 2009 Apeldoorn...

...1 man die "Het" feest ons alle ontnam.

...Wat zo vreugde volle dag altijd was, hang nu voor altijd verdriet aan vast.

~~~