Van Tobbie , Tibbie en kleine Tom

Teekeningen van Ch. Preston

Versjes van Alfred Listal

Alkmaar _ Gebr. Kluitman.

Zeg, wil je dit boek s kijken? Kom :
Van Tobbie en Tibbie en kleine Tom,
En hoe ze uit wandlen gingen buiten ;
Een pet had Tobbiebob met ruiten
En met een klep die deftig glom !
En Tibbie had een wielewagen,
Dan hoeft ze dr broertje niet te dragen !
Zoon Tommie zoon bommie zoon bollewang,
Nu zeg, die is zwaar, nee, die draag je niet lang !
Dat moet je Tibbiebib maar vragen !
En Wobbewaf kwam achteraan ;
Die deed of-i alles kon verstaan,
En hij keek naar de lucht met zn ronde snuitje
En dacht : ,,Wat n wolken ! vast komt er een buitje !...
Toen viel er een droppel, en nog n, en weer,
Wel honderd, wel duizend, en duizendmaal meer, -
Tot het wagentje dreef op een plas als een schuitje!

En Tobbiebobs petje werd akelig slapjes,
En Tibbiebib pruilde, - t was uit met de grapjes!
En schreeuwen en schreeuwen dee kleine Tom!
Maar Wobbewaf dacht met een zucht en een brom ;
,,Dat heb je van t reizen zoo ver, ver van huis, -
,,Och was ik maar thuis!

En thuis, neen maar, dat was je wat !
Ze waren allemaal even nat !
Van kou lag Tibbiebib na t pretje
Te ribbiebibbren in r bedje !
En kleine Tom o zeg, t stond dol !
Die bond een handdoek om zn bol.
Maar Tobbiebob die dacht : ,,We mogen
,,Die arme Wobwaf wel s drogen . . .

Och Tobbiebobbie, al je haartjes
Die hangen nog in natte staartjes ;
t Is of je n bad nam in je kuipje,
Z drijf je, druppel je en druip je !
Droog eerst je zelf maar liever af
In plaats van Wobbewaf !
Maar t hondje vond t z wel gezond,
En knorde : ,,Schribbeschrobbedoene
,,Vergeet je niet mn wollen schoenen ?
,,Laat t maar spatten naar alle kant !
En toen-i droog was van dat boenen
Toen kroop-i in zn mand.

Tibbiebib geeft Tommie les,
Hoe je stuurt met bit en toomen
Om hop ! hop ! vooruit te komen,
Boven op de bles !
Tommie, Tommie, zeg, wat wip je !
Doe je arm om Tibbiebibje ;
Nu, zoo zit je stevig hoor !
Trip trap gaan ze dr van door . . .

Stil toch Wobwaf, waarom plaag-je
Toch het blesje met geblaf ?
,,Bleue bles ! keft Wobbewaf,
,,Och, wat ben je mak, wat draagje
,,Toch gehoorzaam en gedwee
,,Die twee dikke drommels mee !
,,k Zou me nooit zoo laten dwingen ;
,,k Wed : je durft niet eens te springen !

Blesje kan t niet langer dragen
Dat hem Wob zoo loopt te plagen :
Hoep ! hij slaat naar Wobbewaf,
Spring . . . en gooit zn ruiters af !

Tip een schram en Tom een buil, -
t Had vl erger kunnen wezen !
t Liep nu af met wat gehuil
En t was gauw genezen . . .
Tommie, Tibbie, t is een les :
Niet alleen meer op de bles !

Denk je soms dat Tobbiebobje
Om het ongeluk veel gaf ?
,,Nee hoor ! schut hij met zijn kopje,
En droogt Tom zn traantjes af :
,,Schei nu uit met dat gehuil . . .
En hij zoent broer op zijn buil,
Klopt hem t zand van zijn blauw buisje ;
Tommie snikt en Tommie lacht,
Droog zijn wangen met zijn vuistje.
Tob zegt : ,,Nu wat nieuws bedacht !. . .
Wat een snuiters ! wat een span !
t Is al weer over, - wat zeg je dr van ?

Tobbiebob ziet in de takken,
Tusschen al die bladers groen,
Kijk, een nest . . . Wat gaat-i doen ?
Wil-i al die eiers pakken ?
Zeg, Tobberdebob, nee, dat mag je niet !
Zoo doe je de vogel zoon groot verdriet . . .

De vogel met zijn gele staart
En met zijn blauwe vlerken,
Die schiet naar beneden in een vaart - -
Zeg, dat zal Tobbie merken !
Maar vogel, jij bent in je recht,
Want daarvoor had je geen eiers gelegd :
Die rekel in de groene twijgen
Zou maken, dat je geen jonkjes kan krijgen !
En hij grijpt met zijn scherpe, kromme bekje,
Den kleinen roover bij zijn nekje,
Ja, in de plooien van zijn buis ; -
Die straf zal Tobbie niet bevallen !
Hij tilt hem op en laat hem vallen
Voor t venster van zijn huis . . .
En zijn moeder die juist naar buiten keek,
Die zei : ,,t Is je loon voor je dievenstreek !

,,Wat zou je wel zeggen als er een kwam
,,Die Tob, Tib en Tom uit mijn huisje nam ?
,,Ja, snuiter, je hebt er van gelust !
,,Maar je had het verdiend :
laat de vogels met rust.

Tim  Tam  Tomme                             Bij t fi - fijne
Dee een slaapje.                                     Rozeboompje
Brim  bram  bromme                      Droom de kleine
Bij het knaapje,                                   Drommel n droompje
Op de groene grasjes  grond             Van een lichte lucht  ballon,
Lag Wobwaf, de hond.                       Die niet vallen kon !

Maar t ballonnetje
In het zonnetje
Dat kreeg wiekjes,
Pootjes, plekjes !
Ria  ronze  ronze  brom,
Vloog t rondom Tim  Tom ! . . .

Tim  Tam  Tomme
Nu, die rakker
Van zulk brommen
Werd  i wakker :
En wt was de luchtballon ?
n Wesp, die steken kon !

Toen was t hollen.
Loopen moet je !
Rollebibolle,
Ging zijn hoedje !
Wobwaf in zijn wollen buis
Draaft gauw mee naar huis !

Eens wandelden Tob en Tib en Tom
Een klein gezellig rondje om.
Tob had een stok, wat n deftigheid !
En Tib had een ribbelderokske wijd
En een mutsje van wol,
Op r krullebol ;
EnTom had een buis en twee schoentjes van blauw ; -
Wel, zeg nu eens, wie dat niet mooi vinden zou ?
,,t Kan wezen, bromt Wobwaf, en schudt met zn ooren,
,,Maar denkje dat ik er niet bij zou hooren ?
,,Al heb ik geen pet en geen stok en geen dasje,
,,Ik heb toch mijn staart en mijn wollen jasje ; -
,,Ik heb toch mijn neusje dat ruikt, ruikt zoo goed
De paadjes waarlangs ik naar huis toe moet !

Maar wat wat ligt daar
Op den weg ?
Wie zou het kunnen
Raden, zeg ? . . .
Een groot, groot ei, gevlekt
Van dop :
,,Een olifanten-ei, zegt Tob !
Was dat niet dom ? Jij zou
Dat toch niet zeggen,
Kan n olifant nu eiers leggen ?

,,Wacht, riep Tib, ,,ik weet al wat !
En zij neemt Toms ruiten-rokje :
n Beddelakentje wordt dat
Voor het ei van Kokkernokje !
Want dit zal ik maar vertellen,
n olifanten-ei was t niet,
Niet van een struis of een parkiet,
Ook van geen eend of zwaan of duifje,
Maar van een vogel met een kuifje,
Met veeren rood, en blauw van bek ; -
Geloof me maar, al lijkt het gek !
Heel, heel voorzichtig namen Tib
En Tom van t lakentje een slip ;
Kijk, kijk ze dragen, pas voor pas,
Het groote wonder-ei naar t gras.
t Wordt haast te zwaar ! . . .
Nu is t er . . . hier !
Let op : de zon broeit
Een kwartier :
Daar krijg het ei een
barst, een schokje,
t Jong piept al uit
zijn donker hokje ;
Het breekt ! en
Wobbewaf komt ruiken
Aan t roode Kokkernokke-kuiken !

Alle drie de kleine klantjes
Klappen vroolijk in de handjes !
Wie die ooit zn vogel zag ?
Tibbie haalt een poppenbedje,
Tommie vindt het ook een pretje
Dat-i nu res spelen mag
Met een vogel-pop die leeft
En die heusche oogen heeft !

Wobwaf denkt : ,,Ik maak een praatje
,,Met dat nieuwe kameraadje ;
,,Bles die is toch boos op mij . . .
Tobbie wil het beest
dresseeren
En hem pootjes geven
leeren,
Maar de blauwbek
wipt op-zij ;
En hij roept :
,,Kloek-kloek-tjok-tjok-
,,Kokkerli-koekerli-
kokkernok !

Och, wat droef geval is dat !
Kokkernok heeft kou gevat.
t Was zoo warm daar in zijn dopje;
Maar nu woei er om zijn kopje
Zoo opeens een koel, koel windje; -
,,Hatsjie! riep het vogel-kindje,
,,Tjokker-tjoeke-kokkernoo,
,,Is t bij jullie altijd zoo?

Och, wat naar geval is dat !
Kokkernok heeft kou gevat !
Tibbie, geeft hem suikerkoekjes,
Stop hem toe in heete doekjes;
Op zijn borstje wol en watjes;
Kop en voetjes in warme badjes !
Haal een sponsje, Tobbieman !
Kok zn oogje traant er van !

Kok is beter !           Nu een ritje
Tobbiebob            Met het span !
Bindt een veter,     Wel,hoe zit je,
Bindt een veter      Wel, hoe zit je
Als een teugel        Op je rijpaard,
Om zijn kop.           Tobbieman ?

En de brave
Wobbewaf,
Die moet draven,
Die moet draven !
Kijk, hij hijgt al van den draf!

Ho ! ho ! stop je? . . .
Kok is moe :
Tobbiebobje,
Tobbiebobje
Breng hem naar zijn
Kooitje toe.

Kok in kooi en bles op stal,
Acht uur slaat het klokje,
Wobwaf neemt zijn slaapmuts al
En kruipt in zijn hokje.

Tobbie, Tommie neemt je kaarsjes,
Brandt je lokjes niet !
Tibbie berg nu Tom zn laarsjes,
Die hij liggen liet ;

Dan zijn mutsje opgezet,
Doe de slofjes aan zijn voetjes; -
Nog wat zoentjes, nog wat groetjes,
En dan gauw in bed !

Tobbie droomt van t Kokker-eitje,
Van een luchtbal, Tom ; -
Tibbie van een rij-partijtje,
Als zij onder t beddespreitje
Keert zich warmpjes om.

Nu is t genoeg,
Tot morgen vroeg !

MM&BB